HOOFDSTUK 4.
NIEUWSGIERIGHEID.

Samen staren ze naar de deur, die langzaam krakend en piepend opengaat. In de opening verschijnt een vrouw. Ze is helemaal in het wit gekleed. Ze steekt voorzichtig haar hoofd om de hoek en kijkt naar buiten.
Zonder erbij na te denken wijst Puck naar de vrouw en roept: “Pinguïn!”
Haar vader verstijft. Paniek flitst door zijn ogen terwijl hij zijn dochter waarschuwt: “Dat mag je niet zeggen!”
Puck kijkt hem verbaasd aan. “Waarom niet?” vraagt ze zacht. Ze wacht op een antwoord, maar haar vader negeert haar en richt zich op de vrouw tegenover hen.
“ Sorry, mijn dochter is soms een flapuit,” hoort Puck hem zeggen.
De vrouw begint te lachen en pakt voorzichtig Pucks hand vast.
“Jij bent Puckie?” vraagt ze met een warme stem.

Puck weet even niet wat ze moet zeggen. Ze vindt de naam Puckie best een leuke naam, maar ze kent deze vrouw niet en weet niet zo goed wat ze met haar aan moet. Pucks wangen kleuren rood van verlegenheid.
Haar vader moet hier heel hard om lachen.
De vrouw lacht even mee en zegt dan: “Ik ben zuster Maria.”
Puck kijkt snel omhoog naar haar vader. Met een zachte stem vraagt ze:
“Wat is een zuster?” Haar nieuwsgierigheid is goed te horen in haar stem, maar haar vader antwoordt niet meteen.

ZE DOET DE DEUR OPEN.
In plaats daarvan richt hij zijn aandacht weer op de vrouw. Beleefd steekt hij zijn hand naar haar uit.
“Aangenaam, ik ben meneer Janssen,” zegt hij.
Zuster Maria schudt zijn hand en zegt: “Dag meneer Janssen.” Haar stem klinkt nog steeds vriendelijk. Puck kijkt vol aandacht hoe de zuster en haar vader elkaar begroeten.
Daarna doet ze de deur helemaal voor hen open. Pucks vader loopt naar binnen.